Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 maart 2020

Onder 3.18 Parket bij de Hoge Raad 6 maart 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 maart 2020, ECLI:NL:PHR:2020:240.

Onderdeel 4 klaagt dat het oordeel dat in de eerste schadestaatprocedure al is beslist over de ‘rechtsbetrekking in geschil’ (in de zin van art. 236 Rv) onjuist is, althans onbegrijpelijk. Volgens het onderdeel kan het eindarrest in de eerste schadestaatprocedure niet anders worden begrepen dan dat het hof in die procedure niet in staat was enige inhoudelijke beslissing te nemen over de gevorderde schade in de vorm van misgelopen winst, omdat de projectontwikkelaar daartoe onvoldoende had gesteld. Een dergelijk oordeel is volgens de projectontwikkelaar geen beslissing over de ‘rechtsbetrekking in geschil’ als bedoeld in art. 236 Rv.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5fc77fc3feb5000aae89dbd2c6f3473a31c611b623ac15e1f7a12ec78d4dae1f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5fc77fc3feb5000aae89dbd2c6f3473a31c611b623ac15e1f7a12ec78d4dae1f, en de alinea staat in dat document op bytes 54227 tot 54971.