Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 maart 2020

Onder 3.20 Parket bij de Hoge Raad 6 maart 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 maart 2020, ECLI:NL:PHR:2020:240.

Het gaat in dit middelonderdeel om het tijdstip waarop (of, zo men wil, de periode waarin) de gepretendeerde winstderving zich heeft gemanifesteerd: in 1996/1997, zoals de projectontwikkelaar in de eerste schadestaatprocedure had aangevoerd, of pas tien jaren later, zoals de projectontwikkelaar in de tweede schadestaatprocedure betoogt. Schade door derving van toekomstige winst is lastig vast te stellen. Toegespitst op deze zaak: ten tijde van de tekortkoming (in 1996) was de winstpotentie van de grond onduidelijk, zoals het hof in de eerste schadestaatprocedure in navolging van de in hoger beroep geraadpleegde deskundige heeft vastgesteld. Een projectontwikkelaar zal in een dergelijke situatie een commerciële keuze moeten maken: verkopen, ontwikkelen, wachten op betere tijden of een ander scenario. Het is aan de ondernemer die vergoeding van gederfde winst vordert, om te stellen en te onderbouwen waaruit die winst zou hebben bestaan. In een geval als dit zal de benadeelde moeten aangeven welk scenario (om winst te maken) hij aan zijn vordering ten grondslag legt, met andere woorden: welke commerciële keuze hij zou hebben gemaakt indien de schadeveroorzakende gedraging wordt weggedacht.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5fc77fc3feb5000aae89dbd2c6f3473a31c611b623ac15e1f7a12ec78d4dae1f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5fc77fc3feb5000aae89dbd2c6f3473a31c611b623ac15e1f7a12ec78d4dae1f, en de alinea staat in dat document op bytes 55960 tot 57373.