Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 maart 2020

Onder 3.27 Parket bij de Hoge Raad 6 maart 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 maart 2020, ECLI:NL:PHR:2020:240.

Deze klacht bouwt voort op de voorgaande klachten en moet het lot daarvan delen. Overigens mist de klacht feitelijke grondslag, voor zover zij ervan uitgaat dat de toepassing door het hof van de eisen van een goede procesorde uitsluitend berust op hetgeen in rov. 10 is overwogen. Rov. 10 moet aldus worden begrepen, dat het hof op de in rov. 8 en 9 genoemde gronden, nader uitgewerkt in rov. 11 en 12, van oordeel is dat de vordering niet slechts afstuit op het gezag van gewijsde van het eindarrest in de eerste schadestaatprocedure, maar óók in strijd is met de eisen van een goede procesorde. Die gronden vat het hof in rov. 10 samen met de woorden: “Een geding waarin onherroepelijk is beslist over een schadepost moet eens ten einde komen.”

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5fc77fc3feb5000aae89dbd2c6f3473a31c611b623ac15e1f7a12ec78d4dae1f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5fc77fc3feb5000aae89dbd2c6f3473a31c611b623ac15e1f7a12ec78d4dae1f, en de alinea staat in dat document op bytes 61869 tot 62669.