Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 maart 2020

Onder 1.6 Parket bij de Hoge Raad 13 maart 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 maart 2020, ECLI:NL:PHR:2020:241.

Wat betreft de kosten van de huishouding, waarover partijen afspraken hadden gemaakt in art. 6 van de akte van huwelijkse voorwaarden, had de man gesteld dat hij over 2015, 2016 en de periode tussen 1 januari en 20 oktober 2017 een vordering op de vrouw heeft. De vrouw had die vordering betwist, stellende dat ook zij gedurende het huwelijk tal van huishoudelijke kosten heeft voldaan. Bovendien zou het inkomen van de man hoger zijn geweest dan door hem is opgegeven. Met name op deze laatste grond overwoog de rechtbank dat de man deze geldvordering onvoldoende heeft onderbouwd: niet kan worden vastgesteld of de man, gelet op zijn totale inkomsten, meer heeft bijgedragen in de kosten van de huishouding dan waartoe hij op grond van de huwelijkse voorwaarden verplicht was (blz. 6 Rb). De afwijzing van het verzoek om partneralimentatie is in cassatie niet meer aan de orde en blijft verder onbesproken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f3631ff92a85acdf6914b0971416b2382160818a07c6577cd4f5c68ce5a6c941. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f3631ff92a85acdf6914b0971416b2382160818a07c6577cd4f5c68ce5a6c941, en de alinea staat in dat document op bytes 8155 tot 9140.