Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 maart 2020

Onder 2.5 Parket bij de Hoge Raad 13 maart 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 maart 2020, ECLI:NL:PHR:2020:241.

De man heeft niet bestreden dat hij gebonden is aan artikel 3 van de akte van huwelijkse voorwaarden. In cassatie heeft de man ook niet de vaststelling bestreden dat de aanschaf van deze auto is betaald met financiële middelen uit het privévermogen van de vrouw. Daarmee was in beginsel voldaan aan alle voorwaarden voor toewijzing van dit verzoek van de vrouw. De man heeft tot verweer aangevoerd dat de vrouw hem het aankoopbedrag van de Range Rover heeft geschonken. Daarmee was in dit geval sprake van een zogenaamd ‘ja, maar”-verweer (waarbij niet het door de wederpartij gestelde feit wordt betwist, maar feiten worden aangevoerd die tot een ander rechtsgevolg zouden moeten leiden dan door de wederpartij werd beoogd). In feite doet de man hiermee een beroep op art. 3 lid 5 van de huwelijkse voorwaarden. Zoals het hof terecht heeft overwogen, rust op de man dan ook de bewijslast van zijn stelling dat hier sprake was van een schenking van dit bedrag door de vrouw. Zowel de rechtsklacht als de motiveringsklacht stuit hierop af.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f3631ff92a85acdf6914b0971416b2382160818a07c6577cd4f5c68ce5a6c941. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f3631ff92a85acdf6914b0971416b2382160818a07c6577cd4f5c68ce5a6c941, en de alinea staat in dat document op bytes 16011 tot 17069.