Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 maart 2020
Onder 2.11 Parket bij de Hoge Raad 13 maart 2020
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 maart 2020, ECLI:NL:PHR:2020:241.
Ook indien het hof het door de man aangeboden getuigenbewijs niet ter zake dienend heeft geacht omdat dit aanbod uitsluitend betrekking zou hebben op de stelling dat deze auto aan de man geschonken is en niet ziet op een schenking van het bedrag waarmee de man vervolgens de aankoop van de auto heeft gefinancierd, is de beslissing onbegrijpelijk: het hof overweegt in rov. 7 dat de man ter zitting in hoger beroep zijn stelling had gepreciseerd in die zin dat “de man stelt dat het aankoopbedrag van de auto aan hem is geschonken door de vrouw”. Mijn slotsom is dat het bestreden oordeel hetzij blijk geeft van een onjuiste rechtsopvatting van art. 166 Rv hetzij ontoereikend is gemotiveerd. Ik acht de klachten onder 2.1.2 en 2.1.3 gegrond. Ten overvloede ga ik hierna kort in op de overige klachten onder 2.1.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f3631ff92a85acdf6914b0971416b2382160818a07c6577cd4f5c68ce5a6c941. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f3631ff92a85acdf6914b0971416b2382160818a07c6577cd4f5c68ce5a6c941, en de alinea staat in dat document op bytes 22112 tot 22941.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f3631ff92a85acdf6914b0971416b2382160818a07c6577cd4f5c68ce5a6c941 | shasum -a 256