Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 maart 2020

Onder 2.27 Parket bij de Hoge Raad 13 maart 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 maart 2020, ECLI:NL:PHR:2020:241.

De klacht onder 2.2.1 komt hierop neer dat het hof de geldvordering van de man had moeten toewijzen omdat hij zijn vordering behoorlijk heeft onderbouwd met bewijsstukken, terwijl de vrouw van haar kant − door onvoldoende inzicht te geven in háár inkomsten en financiën – dit verzoek van de man onvoldoende heeft betwist. In het middelonderdeel merkt de man dit zelfs aan als een weigering van de vrouw om inzicht te geven in haar inkomsten en financiën. Hij wijst in dit verband op art. 21 Rv (nader uitgewerkt in de klacht onder 2.2.2 ), op art. 149 Rv (nader uitgewerkt onder 2.2.3 ) en op het niet voldoen door de vrouw aan de in rov. 9 door het hof in punt 1 tot en met 4 genoemde verplichtingen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f3631ff92a85acdf6914b0971416b2382160818a07c6577cd4f5c68ce5a6c941. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f3631ff92a85acdf6914b0971416b2382160818a07c6577cd4f5c68ce5a6c941, en de alinea staat in dat document op bytes 34374 tot 35209.