Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 maart 2020

Onder 2.34 Parket bij de Hoge Raad 13 maart 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 maart 2020, ECLI:NL:PHR:2020:252.

“Het hof moet vervolgens met inachtneming van de in art. 6:98 BW besloten maatstaf [te] beoordelen in hoeverre het redelijk is dat de genoemde voordelen (kostenbesparingen) in rekening worden gebracht bij de vaststelling van de door R&R aan [eiser] verschuldigde vervangende schadevergoeding (HR 8 juli 2016, ECLI:NL:HR:2016:1441, rov 4.4.3, HR 3 februari 2017, ECLI:NL:HR:2017:164, rov. 3.5 en HR 29 juni 2018, ECLI:NL:HR:2018:1027, rov. 3.4.4).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3a97ce5d0a24b17241c41b4d1ba72533891da10a60f442886c4ee71635cc5025. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3a97ce5d0a24b17241c41b4d1ba72533891da10a60f442886c4ee71635cc5025, en de alinea staat in dat document op bytes 62862 tot 63327.