Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 maart 2020

Onder 2.4. Parket bij de Hoge Raad 24 maart 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 maart 2020, ECLI:NL:PHR:2020:274.

Uit de bewijsmiddelen moet derhalve duidelijk worden dat de verdachte behoort tot de organisatie en niet enkel is te beschouwen als een sympathisant. Daarnaast moet sprake zijn van enige, naar buiten gerichte activiteit die in nauw verband staat met het misdrijf of misdrijven die de organisatie nastreeft. Deze activiteit kan bestaan uit het (mede)plegen van enig misdrijf, maar kan ook bestaan uit het feitelijk verrichten van hand- en spandiensten en (dus) het verrichten van handelingen die op zichzelf niet zo zeer zijn te kwalificeren als een strafbare vorm van daderschap, maar wel zijn aan te merken als bovenbedoeld een aandeel hebben in of ondersteuning van gedragingen die strekken tot of rechtstreeks verband houden met de verwezenlijking van het oogmerk van de organisatie. Niet is vereist dat de verdachte aan enig concreet misdrijf van de organisatie heeft deelgenomen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/682d133380b97466755ec5467da9513cf8a465e5ac9cdc965fa0a618243b7ed6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 682d133380b97466755ec5467da9513cf8a465e5ac9cdc965fa0a618243b7ed6, en de alinea staat in dat document op bytes 33491 tot 34389.