Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 maart 2020
Onder 2.6. Parket bij de Hoge Raad 24 maart 2020
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 maart 2020, ECLI:NL:PHR:2020:274.
De advocaat-generaal vraagt mij of ik geld moest betalen voor het gebruik van de opslagruimte. Nee, ik heb er maar één keer spullen kunnen zetten. Toen ging al snel het alarm en was het voorbij. De advocaat-generaal vraagt mij waarom het alarm aan mijn telefoonnummer was gekoppeld. Dat was omdat mijn spullen daar stonden. Het pand had een slechte voorgevel met een poortje erin. Toen het alarm afging heb ik [betrokkene 2] gebeld, zodat hij kon gaat kijken. Ik vertel dat nu pas omdat ik er bij de politie achter kwam dat er ook anderen bij betrokken waren. Ik wilde niemand benadelen. Ter terechtzitting in eerste aanleg ben ik niet aanwezig geweest, maar mijn raadsman wel. Dat was een andere raadsman dan mr. Brinkman. Ik durf niet te zeggen wat er toen naar voren is gebracht. Ik durf ook niet te zeggen of ik het eerder niet relevant vond om te melden. Ik ben mij uiteindelijk wezenloos geschrokken. Daarom zit ik nu hier.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/682d133380b97466755ec5467da9513cf8a465e5ac9cdc965fa0a618243b7ed6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 682d133380b97466755ec5467da9513cf8a465e5ac9cdc965fa0a618243b7ed6, en de alinea staat in dat document op bytes 47391 tot 48336.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/682d133380b97466755ec5467da9513cf8a465e5ac9cdc965fa0a618243b7ed6 | shasum -a 256