Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 maart 2020

Alinea 155 Parket bij de Hoge Raad 24 maart 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 maart 2020, ECLI:NL:PHR:2020:280.

13. In het kader van de Verenigde Naties is vervolgens het Verdrag tegen transnationale georganiseerde misdaad tot stand gekomen , met een Protocol inzake de preventie, bestrijding en bestraffing van mensenhandel, in het bijzonder vrouwenhandel en kinderhandel. Het ratificeren van dit Verdrag en het bijbehorende Protocol brengt evenwel niet mee dat de verplichtingen voortvloeiend uit het eerder genoemde Verdrag uit 1933 niet langer gelden. Dat kan ook worden afgeleid uit de parlementaire behandeling van de Wet tot uitvoering van internationale regelgeving ter bestrijding van mensensmokkel en mensenhandel. Die wet verruilde art. 250a Sr (oud) voor een nieuw art. 273a Sr (oud), waarvan het eerste lid, onder 3o, strafbaar stelde: ‘degene die een ander aanwerft, medeneemt of ontvoert met het oogmerk die ander in een ander land ertoe te brengen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling’. De memorie van toelichting leidt uit de omstandigheid dat het Verdrag uit 1933 in de onderhandelingen over het genoemde protocol slechts zijdeling aan de orde is geweest af

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/983768fb58996d9fde2eb6e447b75ed9952778c2b71287051b326047fa9b13fb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 983768fb58996d9fde2eb6e447b75ed9952778c2b71287051b326047fa9b13fb, en de alinea staat in dat document op bytes 37873 tot 39217.