Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 maart 2020

Onder 3.8 Parket bij de Hoge Raad 6 maart 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 maart 2020, ECLI:NL:PHR:2020:283.

Niet gaat op de tegenwerping dat het uitblijven van een stuitingshandeling hier de springende kwestie is en dat een stuitingshandeling nu eenmaal wél een rechtshandeling is. In de eerste plaats veronderstelt de relevantie van een stuitingshandeling een aangevangen verjaring en kan de in art. 3:310 lid 1 BW bedoelde bekendheid met zowel de schade als de daarvoor aansprakelijke persoon daarom niet met het uitblijven van een stuitingshandeling worden vereenzelvigd. In de tweede plaats hangt volgens de leer van het grootste aandeel toerekening af van de omvang van het aandeel van de betrokken persoon in de totstandkoming en inhoud van een rechtshandeling. In het geval van een niet-verrichte rechtshandeling is dat aandeel per definitie nul. Als de leer van het grootste aandeel hier al zou kunnen worden toegepast – mijns inziens niet – leidt zij dus tot een resultaat dat tegengesteld is aan wat het onderdeel bepleit: omdat het aandeel van de onbehoorlijk handelende bestuurders en commissaris nul is (evenzeer trouwens als dat van hun collega’s), bestaat er geen grond voor toerekening van hun wetenschap.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/aa875e8a1a3e36466424f1a7771fc9a45624e0b504a17e818c621578a3124915. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt aa875e8a1a3e36466424f1a7771fc9a45624e0b504a17e818c621578a3124915, en de alinea staat in dat document op bytes 78192 tot 79390.