Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 maart 2020

Onder 3.12 Parket bij de Hoge Raad 6 maart 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 maart 2020, ECLI:NL:PHR:2020:283.

‘Dit zijn alle gevallen, waarin een vertegenwoordiger voor iemand optreedt en hij alleen de rechtsvorderingen voor degene, die hij vertegenwoordigt, kan instellen. Als tijdens deze vertegenwoordiging rechtsvorderingen tussen de vertegenwoordigde en de vertegenwoordiger niet worden geldend gemaakt, dient de verjaring zijn bevrijdende werking niet te kunnen uitoefenen. Bij de bewindvoerder en degene, die hij vertegenwoordigt, is nog de beperking gemaakt, dat de vordering het bewind moet betreffen, omdat degene, voor wie het bewind gevoerd wordt buiten het bewind, voor zichzelf kan optreden; dit is niet mogelijk tussen een wettelijk vertegenwoordiger en de door deze vertegenwoordigde onbekwame en tussen rechtspersonen en hun bestuurders.’

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/aa875e8a1a3e36466424f1a7771fc9a45624e0b504a17e818c621578a3124915. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt aa875e8a1a3e36466424f1a7771fc9a45624e0b504a17e818c621578a3124915, en de alinea staat in dat document op bytes 82935 tot 83698.