Citaat | Parket bij de Hoge Raad 6 maart 2020

Onder 3.17 Parket bij de Hoge Raad 6 maart 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 6 maart 2020, ECLI:NL:PHR:2020:283.

Uw Raad heeft dus niet geoordeeld dat omdat de verlengingsgrond van art. 3:321 lid 1 aanhef en onder d BW bestaat, toerekening van kennis aan de rechtspersoon moet plaatsvinden, maar slechts dat, uitgaande van daadwerkelijke bekendheid bij de rechtspersoon, de omstandigheid dat de wederpartij een bestuurder is er niet aan in de weg staat dat de verjaring aanvangt, omdat dáárvoor de verlengingsgrond reeds een voorziening biedt. Nu zou men kunnen menen dat voor de aanname dat daadwerkelijke bekendheid bij de rechtspersoon bestond, toerekening van de wetenschap wel de verklaring moet zijn geweest (ik veronderstel dat de stellers van het middel zo het arrest van uw Raad hebben gelezen). Wie echter voldoende nauwkeurig van het arrest en de conclusie van het Parket kennis neemt, ontdekt dat het anders is. De curator van de gefailleerde vennootschap CFT sprak de bestuurder aan in verband met het door deze gevoerde beleid. De bestuurder stelde zich op het standpunt dat de vennootschap in de relevante periode kennis had van zijn handelen. De curator bestreed dit niet , maar voerde aan dat de verjaringstermijn eerst was gaan lopen nadat hij, curator, van dat handelen kennis kreeg. Uiteraard gaat dit laatste niet op.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/aa875e8a1a3e36466424f1a7771fc9a45624e0b504a17e818c621578a3124915. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt aa875e8a1a3e36466424f1a7771fc9a45624e0b504a17e818c621578a3124915, en de alinea staat in dat document op bytes 91167 tot 92605.