Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 maart 2020
Onder 3.6 Parket bij de Hoge Raad 13 maart 2020
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 maart 2020, ECLI:NL:PHR:2020:284.
1. In de eerste plaats wordt de onderlinge verhouding tussen adviseur en cliënt vanzelfsprekend mede door de eisen van redelijkheid en billijkheid bepaald. Ik meen dat dit veelal eraan in de weg staat dat de adviseur aan de cliënt tegenwerpt dat deze ten onrechte op de juistheid en volledigheid van het door hemzelf gegeven advies heeft vertrouwd. Ook in ander verband geldt de stelregel dat een partij aan haar wederpartij diens onwetendheid niet kan tegenwerpen indien deze wederpartij op haar mededelingen is afgegaan en/of zij de onwetendheid mede door haar eigen ontoelaatbaar stilzwijgen in de hand heeft gewerkt. Dit geldt ook in gevallen van rechtsdwaling. Uiteraard is het gewicht van deze overweging sterker naarmate de adviseur op de voorstelling die aan de zijde van de cliënt bestond actiever invloed heeft uitgeoefend, bijvoorbeeld door indicaties voor de ondeugdelijkheid van zijn advies te ontkennen of te bagatelliseren.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3dababec52b85f1b96e53bc184081b99bef5fb703b4cc4afbae03ca91d4ae773. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3dababec52b85f1b96e53bc184081b99bef5fb703b4cc4afbae03ca91d4ae773, en de alinea staat in dat document op bytes 38597 tot 39680.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/3dababec52b85f1b96e53bc184081b99bef5fb703b4cc4afbae03ca91d4ae773 | shasum -a 256