Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 maart 2020

Onder 3.6 Parket bij de Hoge Raad 13 maart 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 maart 2020, ECLI:NL:PHR:2020:284.

2. Mijn tweede overweging is van rechtspolitieke aard. Indien we ook in gevallen van juridische advisering zonder nuances vasthouden aan het uitgangspunt dat geabstraheerd wordt van de juridische beoordeling van bij de benadeelde daadwerkelijk bekende feiten en omstandigheden, creëren we een prikkel voor de adviseur om zijn (mogelijk) tekortschieten voor de cliënt zoveel mogelijk te verbergen en een juist begrip aan de zijde van de cliënt zoveel mogelijk tegen te gaan. Weet de adviseur dit spel gedurende vijf jaar effectief te spelen, dan is verjaring zijn ‘beloning’, met als gevolg dat hij niet langer aansprakelijk is. Het spreekt vanzelf dat een dergelijke prikkel ongewenst is. Ze beloont slecht gedrag en bevordert een onbehoorlijke vervulling van de opdracht. Ze werkt bovendien in de hand dat de schade aan de zijde van de benadeelde verder toeneemt, doordat kansen om schade te beperken onbenut blijven en/of een eenmaal ingezet kansloos traject, met de daaraan verbonden kosten voor de cliënt, wordt voortgezet. Weliswaar bestaat er een verlengingsgrond voor het geval dat de schuldenaar opzettelijk het bestaan van de schuld verborgen houdt (art. 3:321 lid 1 aanhef en onder f BW), maar toepassing daarvan veronderstelt dat de cliënt erin slaagt opzet aan de zijde van de adviseur te bewijzen. Deze verlengingsgrond gaat de bedoelde prikkel dus niet meer dan slechts zeer onvolledig tegen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3dababec52b85f1b96e53bc184081b99bef5fb703b4cc4afbae03ca91d4ae773. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3dababec52b85f1b96e53bc184081b99bef5fb703b4cc4afbae03ca91d4ae773, en de alinea staat in dat document op bytes 39690 tot 41118.