Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 maart 2020

Onder 3.7 Parket bij de Hoge Raad 13 maart 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 maart 2020, ECLI:NL:PHR:2020:284.

Wat is vervolgens de juiste oplossingsrichting? Er valt mogelijk wat te zeggen voor een rechtsregel volgens welke gedurende de opdracht de verjaring niet loopt. Dit zou echter neerkomen op het creëren van een buitenwettelijke verlengingsgrond, wat mijns inziens niet past in het limitatieve stelsel van verlengingsgronden van art. 3:321 BW. Anders gezegd, het formuleren van een dergelijke regel gaat de rechtsvormende taak van de rechter te buiten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3dababec52b85f1b96e53bc184081b99bef5fb703b4cc4afbae03ca91d4ae773. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3dababec52b85f1b96e53bc184081b99bef5fb703b4cc4afbae03ca91d4ae773, en de alinea staat in dat document op bytes 42220 tot 42811.