Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 maart 2020
Onder 3.23 Parket bij de Hoge Raad 13 maart 2020
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 maart 2020, ECLI:NL:PHR:2020:284.
Een andere lezing van het arrest van het hof ligt echter voor de hand. Tegen de achtergrond van het tussen partijen gevoerde debat, moet het oordeel van het hof aldus worden begrepen dat de aanslagen niet alleen zijn verstuurd, maar kennelijk ook ontvangen. [verweerster] heeft immers, in reactie op de standpunten van [eisers] , erop gewezen dat [eisers] niet hebben weersproken dat de vennootschappen de aanslagen hebben ontvangen. Het ligt voor de hand dat het hof dit op het oog had. In zoverre getuigt het oordeel van het hof niet van een onjuiste rechtsopvatting en is het evenmin onvoldoende gemotiveerd. Indien de belastingaanslagen door de vennootschappen zijn ontvangen, kunnen zij zich er niet achter verschuilen de brieven niet gelezen te hebben. Weliswaar is voor de aanvang van de korte verjaringstermijn van art. 3:310 lid 1 BW daadwerkelijke bekendheid met de schade en de daarvoor aansprakelijke persoon vereist, maar zulke bekendheid mag uit de omstandigheden worden afgeleid, wat enige objectivering impliceert. Zulke objectivering biedt een waarborg tegen chicanes.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3dababec52b85f1b96e53bc184081b99bef5fb703b4cc4afbae03ca91d4ae773. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3dababec52b85f1b96e53bc184081b99bef5fb703b4cc4afbae03ca91d4ae773, en de alinea staat in dat document op bytes 57408 tot 58761.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/3dababec52b85f1b96e53bc184081b99bef5fb703b4cc4afbae03ca91d4ae773 | shasum -a 256