Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 maart 2020
Onder 3.31 Parket bij de Hoge Raad 13 maart 2020
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 maart 2020, ECLI:NL:PHR:2020:284.
Onderdeel 4 komt op tegen het oordeel van het hof dat onbekendheid met de juridische beoordeling van de feiten niet eraan afdoet dat de verjaringstermijn gaat lopen. Uitgaande van wat hiervoor naar aanleiding van onderdeel 3 is gezegd, slagen de klachten van het onderdeel. Hoewel als uitgangspunt juist is dat onbekendheid met de juridische beoordeling van de feiten niet eraan afdoet dat de verjaring een aanvang neemt, is onjuist en onbegrijpelijk het (grotendeels impliciete) oordeel van het hof dat dit ook opgaat onder de omstandigheden waarop [eisers] zich hebben beroepen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3dababec52b85f1b96e53bc184081b99bef5fb703b4cc4afbae03ca91d4ae773. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3dababec52b85f1b96e53bc184081b99bef5fb703b4cc4afbae03ca91d4ae773, en de alinea staat in dat document op bytes 66668 tot 67310.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/3dababec52b85f1b96e53bc184081b99bef5fb703b4cc4afbae03ca91d4ae773 | shasum -a 256