Citaat | Parket bij de Hoge Raad 13 maart 2020
Onder 3.34 Parket bij de Hoge Raad 13 maart 2020
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 13 maart 2020, ECLI:NL:PHR:2020:284.
Art. 3:317 lid 1 BW bepaalt dat de verjaring van een rechtsvordering tot nakoming van een verbintenis kan worden gestuit door een schriftelijke aanmaning of door een schriftelijke mededeling waarin de schuldeiser zich ondubbelzinnig zijn recht op nakoming voorbehoudt. Vaste rechtspraak is dat deze schriftelijke mededeling een voldoende duidelijke waarschuwing aan de schuldenaar moet inhouden dat hij, ook na het verstrijken van de verjaringstermijn, rekening ermee moet houden dat hij de beschikking houdt over zijn gegevens en bewijsmateriaal, opdat hij zich tegen een dan mogelijkerwijs alsnog door de schuldeiser ingestelde vordering behoorlijk kan verweren. Bij de beoordeling of de mededeling aan de in art. 3:317 lid 1 BW gestelde eisen voldoet, dient niet alleen te worden gelet op de formulering daarvan, maar ook op de context waarin de mededeling wordt gedaan en op de overige omstandigheden van het geval. Bij deze beoordeling kan mede betekenis toekomen aan de verdere correspondentie tussen partijen. Niet alleen correspondentie voorafgaand aan de schriftelijke mededeling, maar ook correspondentie die daarop volgt kan daarbij van belang zijn.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3dababec52b85f1b96e53bc184081b99bef5fb703b4cc4afbae03ca91d4ae773. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3dababec52b85f1b96e53bc184081b99bef5fb703b4cc4afbae03ca91d4ae773, en de alinea staat in dat document op bytes 69902 tot 71203.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/3dababec52b85f1b96e53bc184081b99bef5fb703b4cc4afbae03ca91d4ae773 | shasum -a 256