Citaat | Parket bij de Hoge Raad 27 maart 2020
Onder 2.8 Parket bij de Hoge Raad 27 maart 2020
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 27 maart 2020, ECLI:NL:PHR:2020:292.
In de huidige wettelijke regeling van het verzet ligt de nadruk evenwel niet op het rechtsmiddelkarakter, maar op het ‘voorzettingskarakter’. Nadat de Hoge Raad in een arrest uit 1995 over de gevolgen van verval van instantie in de verzetprocedure het rechtsmiddelkarakter de doorslag liet geven (de Hoge Raad oordeelde dat door verval van instantie een einde kwam aan de verzetprocedure en dat het verstekvonnis daarmee kracht van gewijsde verkrijgt), heeft de wetgever zich ervoor ingespannen dat het voorzettingskarakter van het verzet nadrukkelijker in de wet tot uiting komt. Sinds de herziening van het burgerlijk procesrecht per 1 januari 2002 is in de wet neergelegd dat door verval van instantie na verzet ook het verstekvonnis vervalt (art. 148 Rv). Verder is bij de Aanpassingswet van 8 september 2005 (in werking getreden op 15 oktober 2005) in art. 147 lid 1 Rv uitdrukkelijk opgenomen dat door het verzet de instantie wordt heropend.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3f352dde0160d4018047c40d04720b83492b50e74284f4cb5975f4ba96c10cc7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3f352dde0160d4018047c40d04720b83492b50e74284f4cb5975f4ba96c10cc7, en de alinea staat in dat document op bytes 27719 tot 28812.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/3f352dde0160d4018047c40d04720b83492b50e74284f4cb5975f4ba96c10cc7 | shasum -a 256