Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 april 2020

Onder 2.10 Parket bij de Hoge Raad 3 april 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 april 2020, ECLI:NL:PHR:2020:317.

Om in aanmerking te komen voor een Europees octrooi moet een uitvinding nieuw zijn, op uitvinderswerkzaamheid berusten en industrieel toepasbaar zijn (art. 52 EOV). In onze cassatie speelt alleen de inventiviteitsvraag. Van inventiviteit is sprake als een vinding “voor een deskundige niet op een voor de hand liggende wijze voortvloeit uit de stand van de techniek” (art. 56 EOV). De octrooirechtelijke maatpersoon is de “gemiddelde vakman” . Een in de praktijk veel gebruikt hulpmiddel bij de beoordeling van inventiviteit is de PSA . De PSA bestaat volgens de Guidelines for Examination in the European Patent Office (verder “Guidelines ”) uit drie stappen :

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/46bbbbedfd3e6628a67de461fc987e4586ce637836b5184c453408d2cb391416. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 46bbbbedfd3e6628a67de461fc987e4586ce637836b5184c453408d2cb391416, en de alinea staat in dat document op bytes 57669 tot 58614.