Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 april 2020
Onder 2.11 Parket bij de Hoge Raad 3 april 2020
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 april 2020, ECLI:NL:PHR:2020:317.
In de Guidelines wordt nader ingegaan op het bij vertrek vanuit de meest nabije stand van de techniek te formuleren objectieve technische probleem waarvoor de gemiddelde vakman zich geplaatst ziet, de middenstap in de PSA (zie G-VII.5.2). Daaruit blijkt dat het objectieve technische probleem moet worden vastgesteld aan de hand van het technische effect zoals dat blijkt uit de verschilmaatregelen die duidelijk worden door een vergelijking tussen het in het octrooi geclaimde en de meest nabije stand van de techniek . In de standaardformulering van de Boards of Appeal : “the technical problem has to be determined on the basis of objectively established facts, since for the determination of the objective technical problem, only the effect actually achieved vis-a-vis the closest prior art should be taken into account” . Daarmee is echter niet gezegd dat punten van overeenstemming in geen geval deel uit kunnen maken van het objectieve technische probleem (zie ook hierna 2.21).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/46bbbbedfd3e6628a67de461fc987e4586ce637836b5184c453408d2cb391416. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 46bbbbedfd3e6628a67de461fc987e4586ce637836b5184c453408d2cb391416, en de alinea staat in dat document op bytes 59249 tot 60448.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/46bbbbedfd3e6628a67de461fc987e4586ce637836b5184c453408d2cb391416 | shasum -a 256