Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 april 2020
Onder 2.14 Parket bij de Hoge Raad 3 april 2020
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 april 2020, ECLI:NL:PHR:2020:317.
Volgens onderdeel Ia heeft het hof miskend dat de inventiviteit van een octrooi dient te worden beoordeeld aan de hand van , en gerechtvaardigd dient te zijn door, datgene wat het octrooi toevoegt aan de stand van de techniek. Verder wordt erop gewezen dat de inventiviteit van het octrooi moet corresponderen met, en gerechtvaardigd dient te zijn door, het monopolie zoals geclaimd door de octrooihouder. Het objectieve technische probleem, zoals door het hof geformuleerd, zou de octrooihouder volgens de klacht belonen voor iets dat hij niet toevoegde aan de stand van de techniek. In haar s.t. onder 1-2 en 70 betoogt Sandoz dat zo’n beloning in strijd is met de essentie van het octrooirecht, namelijk dat bescherming wordt verleend in ruil voor een bijdrage aan de stand van de techniek. Zij wijst op het belang van het voorkomen van het Angorakat-fenomeen en red herring technieken (s.t. onder 71).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/46bbbbedfd3e6628a67de461fc987e4586ce637836b5184c453408d2cb391416. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 46bbbbedfd3e6628a67de461fc987e4586ce637836b5184c453408d2cb391416, en de alinea staat in dat document op bytes 61976 tot 63136.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/46bbbbedfd3e6628a67de461fc987e4586ce637836b5184c453408d2cb391416 | shasum -a 256