Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 april 2020

Onder 2.25 Parket bij de Hoge Raad 3 april 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 april 2020, ECLI:NL:PHR:2020:317.

De in de s.t. 75 onder (iii) genoemde klacht ligt in mijn optiek in het verlengde van subonderdeel Id (ii). De klacht faalt op de bij de bespreking daarvan te noemen gronden. De in de s.t. 75 onder (i) en (ii) geformuleerde klachten heb ik in de procesinleiding niet gelezen. Verder wordt in de s.t. 75 onder (i) en (ii) niet verwezen naar stellingen in feitelijke instanties. Bij gebreke van stellingen op dit punt van Sandoz (die in dit kader de bewijslast draagt, zie rov. 4.2 (a)) behoefde het hof niet te beoordelen of het vastgestelde probleem door de geclaimde uitvinding is opgelost en of de Octrooien dit plausibel maken. Deze klachten missen dus feitelijke grondslag.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/46bbbbedfd3e6628a67de461fc987e4586ce637836b5184c453408d2cb391416. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 46bbbbedfd3e6628a67de461fc987e4586ce637836b5184c453408d2cb391416, en de alinea staat in dat document op bytes 74455 tot 75146.