Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 april 2020
Onder 2.28 Parket bij de Hoge Raad 3 april 2020
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 april 2020, ECLI:NL:PHR:2020:317.
Het hof heeft in rov. 4.5 overwogen dat de vakman op de prioriteitsdatum wist dat niet elke CS-Formulering waarin de 250F/5C-Verhouding kon worden opgelost, de voordelige effecten uit Howell had en dat zelfs onvoorspelbaar was welke CS-Formuleringen die effecten zouden hebben. Volgens mij mocht het hof deze omstandigheid betrekken bij de vraag of de positieve effecten uit Howell onderdeel vormen van het objectieve technische probleem. Zouden de positieve effecten uit Howell – naar de vakman op de prioriteitsdatum wist – bij iedere oplossing van de 250F/5C-Verhouding optreden, dan is het behoud van deze effecten geen (objectief technisch) probleem. Er bestaat in zoverre een (objectief technisch) probleem als onbekend en onvoorspelbaar is bij welke CS-Formulering de positieve effecten uit Howell zich voordoen. Deze onvoorspelbaarheid is dus van belang voor het oordeel dat de positieve effecten uit Howell tot de probleemstelling behoren.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/46bbbbedfd3e6628a67de461fc987e4586ce637836b5184c453408d2cb391416. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 46bbbbedfd3e6628a67de461fc987e4586ce637836b5184c453408d2cb391416, en de alinea staat in dat document op bytes 76884 tot 77849.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/46bbbbedfd3e6628a67de461fc987e4586ce637836b5184c453408d2cb391416 | shasum -a 256