Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 april 2020
Onder 2.33 Parket bij de Hoge Raad 3 april 2020
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 april 2020, ECLI:NL:PHR:2020:317.
Deze klacht is volgens mij tevergeefs voorgesteld. Sandoz citeert in haar klacht uit haar Pltn EA onder 66. Zij heeft aldaar de volgende conclusie aan deze stellingen verbonden: “Het optreden van deze eenmalige bijwerkingen is verenigbaar met de bevinding dat de langwerkende, op castorolie gebaseerde formulering van fulvestrant die in Howell werd gebruikt, “lokaal goed werd verdragen op de plaats van injectie ondanks het grote volume (5 ml) dat werd toegediend” (zie pagina 303, “Bijwerkingen”). Ook deze “effecten” zijn dus bekend uit Howell en dienen dus niet in het probleem te worden opgenomen.” Hieruit mocht het hof dan ook de conclusie trekken dat Howell in de visie van Sandoz geen in het kader van de verdraagbaarheid relevante precipitatie leert. Bovendien heeft Sandoz geen belang bij haar klacht. In EP 138 wordt het effect “niet-precipitatie” beschreven (zie hiervoor 2.17). De gegrondheid van de klacht zou (kunnen) betekenen dat Howell dit effect niet leert. Wanneer Howell het aspect “niet-precipitatie” niet leert, en EP 138 wel, dan zou eens te meer gelden dat het aspect “niet-precipitatie” onderdeel vormt van het objectieve technische probleem.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/46bbbbedfd3e6628a67de461fc987e4586ce637836b5184c453408d2cb391416. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 46bbbbedfd3e6628a67de461fc987e4586ce637836b5184c453408d2cb391416, en de alinea staat in dat document op bytes 81071 tot 82317.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/46bbbbedfd3e6628a67de461fc987e4586ce637836b5184c453408d2cb391416 | shasum -a 256