Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 april 2020

Onder 2.35 Parket bij de Hoge Raad 3 april 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 april 2020, ECLI:NL:PHR:2020:317.

Ook deze klacht faalt volgens mij. Het hof heeft, zoals gezegd, onder ogen gezien dat de verschillen tussen Howell en EP 138 alleen betrekking hebben op de specifieke formulering (rov. 1k, derde aandachtsstreepje, laatste zin). Het hof heeft desondanks geoordeeld dat de positieve effecten uit Howell onderdeel zijn van het objectieve technische probleem. Het hof heeft in dat kader overwogen dat, naar de vakman op de prioriteitsdatum wist, niet elke CS-Formulering waarin de 250F/5C-Verhouding kon worden opgelost, de betreffende voordelige effecten had en dat zelfs onvoorspelbaar was welke CS-Formuleringen deze effecten zouden hebben. Hieruit volgt dat het een (objectief technisch) probleem was om een CS-Formulering te vinden waarin de voordelige effecten “werking tegen borstkanker”, “niet-precipitatie” en “vertraagde afgifte” behouden blijven. Het hof heeft in dat licht voldoende gemotiveerd waarom deze positieve effecten, hoewel deze ook al waren vermeld in Howell, in dit geval eveneens deel uitmaken van het objectieve technische probleem van EP 138.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/46bbbbedfd3e6628a67de461fc987e4586ce637836b5184c453408d2cb391416. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 46bbbbedfd3e6628a67de461fc987e4586ce637836b5184c453408d2cb391416, en de alinea staat in dat document op bytes 83240 tot 84331.