Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 april 2020

Onder 2.46 Parket bij de Hoge Raad 3 april 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 april 2020, ECLI:NL:PHR:2020:317.

Dit brengt mij bij de klacht die betrekking heeft op de vervulling van de voorwaarde waaronder Sandoz kan leven met de probleemstelling van de rechtbank. Deze voorwaarde is dat het besef blijft dat de voordelige effecten al bekend waren uit Howell. Het hof heeft overwogen dat aan die voorwaarde wordt voldaan en daaraan toegevoegd “(zie ook rov. 5.7 hierna)”. In rov. 5.7 is overwogen dat de in EP 138 genoemde gunstige effecten al bekend waren uit Howell. Sandoz wijst er op zich terecht op dat rov. 5.7 specifiek gaat over de vraag of er een incentive was om de oplossing te zoeken in McLeskey. Zij betoogt in cassatie echter niet (voldoende gemotiveerd) dat het hof bij de andere aspecten van de inventiviteitsvraag zou hebben miskend dat de gunstige effecten “werking tegen borstkanker”, “niet-precipitatie” en “vertraagde afgifte” al bekend waren uit Howell. Aangezien het hof deze omstandigheid zowel in rov. 4.5-4.6 als in rov. 5.7 heeft benoemd, ligt het niet in de rede dat het hof hieraan bij de verdere beoordeling voorbij zou hebben gezien.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/46bbbbedfd3e6628a67de461fc987e4586ce637836b5184c453408d2cb391416. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 46bbbbedfd3e6628a67de461fc987e4586ce637836b5184c453408d2cb391416, en de alinea staat in dat document op bytes 93461 tot 94579.