Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 april 2020

Onder 2.4 Parket bij de Hoge Raad 3 april 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 april 2020, ECLI:NL:PHR:2020:356.

Van oudsher besliste de burgerlijke rechter over vorderingen van de officier van justitie om een machtiging te verlenen tot onvrijwillige opneming van een persoon in een psychiatrisch ziekenhuis. Dat lag voor de hand: toen de Krankzinnigenwet tot stand kwam bestond in Nederland nog geen bestuursrechter. De Krankzinnigenwet, zoals deze is herzien in 1970, ging uit van een rechterlijke machtiging tot voorlopige plaatsing in een krankzinnigengesticht. Deze kon binnen zes maanden worden gevolgd door een verblijfsmachtiging voor de duur van één jaar, die weer kon worden verlengd. Hoger beroep was niet mogelijk (zie art. 17 Kw); beroep in cassatie wel.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a5129be3e691e7b1aa02651b551cbb964377b1ddec5424af9a41216a487a8d2b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a5129be3e691e7b1aa02651b551cbb964377b1ddec5424af9a41216a487a8d2b, en de alinea staat in dat document op bytes 15056 tot 15954.