Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 april 2020
Onder 2.13 Parket bij de Hoge Raad 3 april 2020
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 april 2020, ECLI:NL:PHR:2020:356.
Mijns inziens bevat de zo-even aangehaalde passage in de vierde Nota van wijziging een schijntegenstelling. De toelichting stond haaks op de reden waarom art. 78 (oud) Wet Bopz was vervallen. Het uitgangspunt dat de algemene regels voor de verzoekschriftprocedure in het wetboek (als lex generalis ) moeten wijken voor de procesrechtelijke bepalingen in de Wvggz die (als lex specialis ) daarvan uitdrukkelijk afwijken, betekent niet dat de regels voor de verzoekschriftprocedure in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering in Wvggz-zaken slechts van toepassing zouden zijn indien en voor zover de Wvggz daarnaar verwijst. Zelfs wanneer wordt uitgegaan van de (onjuiste) veronderstelling dat een uitdrukkelijke verwijzing naar het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering nodig is, blijkt nergens waarom de wetgever wel voor de zorgmachtiging daarnaar verwijst in het tiende lid van artikel 6:1, maar niet in het zevende hoofdstuk van de Wvggz. Dijkers is van mening dat hier sprake is van een omissie van de wetgever.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a5129be3e691e7b1aa02651b551cbb964377b1ddec5424af9a41216a487a8d2b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a5129be3e691e7b1aa02651b551cbb964377b1ddec5424af9a41216a487a8d2b, en de alinea staat in dat document op bytes 27120 tot 28285.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a5129be3e691e7b1aa02651b551cbb964377b1ddec5424af9a41216a487a8d2b | shasum -a 256