Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 april 2020
Onder 2.15 Parket bij de Hoge Raad 3 april 2020
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 april 2020, ECLI:NL:PHR:2020:356.
Op zich is juist, dat de crisismaatregel in de Wvggz in de plaats is gekomen van de inbewaringstelling in de Wet Bopz. Niettemin zie ik in dit argument geen reden om het cassatieberoep uitgesloten te achten. De wettekst sluit slechts de mogelijkheid van hoger beroep uit. Aan een beroep in cassatie staat het appelverbod in art. 7:8 lid 5 Wvggz niet in de weg; dat leid ik af uit art. 398, 399 en 426 lid 1 en lid 4 Rv en uit art. 78 RO. Het argument van de officier van justitie dat de wetgever niet heeft toegelicht waarom de rechtsmiddelen in het nieuwe recht ruimer zouden moeten zijn dan in art. 29 lid 5 (oud) Wet Bopz gaat niet op. Een reden hiervoor kan zijn dat de crisismaatregel betrekking heeft op meer vormen van verplichte zorg dan alleen de opname in een accommodatie.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a5129be3e691e7b1aa02651b551cbb964377b1ddec5424af9a41216a487a8d2b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a5129be3e691e7b1aa02651b551cbb964377b1ddec5424af9a41216a487a8d2b, en de alinea staat in dat document op bytes 29867 tot 30855.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a5129be3e691e7b1aa02651b551cbb964377b1ddec5424af9a41216a487a8d2b | shasum -a 256