Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 april 2020

Onder 3.12 Parket bij de Hoge Raad 3 april 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 april 2020, ECLI:NL:PHR:2020:356.

De klacht dat de rechtbank heeft verzuimd te onderzoeken of in dit geval sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel mist mijns inziens feitelijke grondslag. De rechtbank heeft de redengeving stapsgewijs opgebouwd. De rechtbank overweegt in rov. 3.1 dat gebleken is van “onmiddellijk dreigend ernstig nadeel”. De rechtbank heeft dit nadeel omschreven als: “ernstig lichamelijk letsel” en “betrokkene roept met hinderlijk gedrag agressie van een ander op”. Waar de rechtbank in rov. 3.2 spreekt over de oorzaak van “dit nadeel”, gaat het nog steeds om hetzelfde onmiddellijk dreigende ernstige nadeel. De rechtbank stelt bovendien vast dat de crisissituatie zo ernstig is “dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht.” Daar waar de rechtbank in rov. 3.4 overweegt dat de genoemde zorg noodzakelijk is om ‘het nadeel’ af te wenden, doelt de rechtbank dus nog steeds op het in rov. 3.1 beschreven onmiddellijk dreigende ernstige nadeel.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a5129be3e691e7b1aa02651b551cbb964377b1ddec5424af9a41216a487a8d2b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a5129be3e691e7b1aa02651b551cbb964377b1ddec5424af9a41216a487a8d2b, en de alinea staat in dat document op bytes 47802 tot 48803.