Citaat | Parket bij de Hoge Raad 3 april 2020

Onder 3.13 Parket bij de Hoge Raad 3 april 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 3 april 2020, ECLI:NL:PHR:2020:356.

Ten tweede wordt geklaagd dat de rechtbank heeft miskend dat zij niet een machtiging voor verplichte zorg mag afgeven wanneer de actuele gezondheidstoestand van betrokkene ten tijde van de rechterlijke toetsing daartoe niet noopt en evenmin uit concrete feiten en omstandigheden het redelijk vermoeden kan worden afgeleid dat deze verplichte zorg gedurende de looptijd van de machtiging noodzakelijk zal zijn om onmiddellijk dreigend ernstig nadeel als gevolg van de geestelijke stoornis af te wenden. Zo de rechtbank deze regel niet heeft miskend, klaagt betrokkene over onbegrijpelijkheid van het oordeel dat ‘het toedienen van vocht en voeding’ en ‘het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen’ noodzakelijk zijn om onmiddellijk dreigend ernstig nadeel af te wenden. Ter toelichting op deze klacht is verwezen naar hetgeen de zorgverantwoordelijke psychiater ter zitting heeft verklaard (toelichting onder 2.2). Verder wijst de toelichting (onder 2.3) op een passage in het proces-verbaal waaruit een andersluidend oordeel van de rechter zou blijken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a5129be3e691e7b1aa02651b551cbb964377b1ddec5424af9a41216a487a8d2b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a5129be3e691e7b1aa02651b551cbb964377b1ddec5424af9a41216a487a8d2b, en de alinea staat in dat document op bytes 48904 tot 50061.