Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 april 2020

Onder 3.26 Parket bij de Hoge Raad 9 april 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 april 2020, ECLI:NL:PHR:2020:358.

Bij tussenvonnis van 7 augustus 2019 heeft de rechtbank vastgesteld dat Immobile het stellen van prejudiciële vragen noodzakelijk acht (rov. 2.2.), terwijl volgens Promontoria c.s. geen vragen gesteld zouden moeten worden (rov. 2.3.). De rechtbank heeft geoordeeld dat de stellingen van Promontoria c.s. op dit moment geen reden zijn om het stellen van de vragen achterwege te laten (rov. 2.5.). De rechtbank heeft de voorstellen van Immobile tot aanvulling van de voorgestelde vraag 3 gedeeltelijk overgenomen (rov. 2.12.) en – ondanks de bezwaren van Promontoria c.s. – de overige vragen gehandhaafd (rov. 2.14.). In dit tussenvonnis van 7 augustus 2019, waarvan een afschrift ter griffie van de Hoge Raad is ingekomen op 8 augustus 2019, heeft de rechtbank ter beantwoording bij wijze van prejudiciële beslissing door Uw Raad de vragen voorgelegd die zijn geciteerd in randnummer 1.4 van deze conclusie.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7804ab1e4a64d7f9f38f80d057556a51ae16f3817245e112f2750776df2d2f91. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7804ab1e4a64d7f9f38f80d057556a51ae16f3817245e112f2750776df2d2f91, en de alinea staat in dat document op bytes 76514 tot 77504.