Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 april 2020

Onder 3.29 Parket bij de Hoge Raad 9 april 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 april 2020, ECLI:NL:PHR:2020:358.

Immobile bepleit (samengevat) dat uit arresten van Uw Raad volgt dat een verslechtering van de positie van de schuldenaar aan de overgang van een vordering in de weg kan staan, en dat de vordering in dat geval op grond van art. 3:83 lid 1 BW onoverdraagbaar is. Nu Promontoria niet onder toezicht staat, zij geen maatschappelijke rol en semipublieke taak vervult en evenmin gebonden is aan bijzondere normen waaraan de bank als oorspronkelijke schuldeiser wel is gebonden, is de rechtspositie van Immobile als gevolg van de overdracht verslechterd. Hieruit volgt dat het vorderingsrecht van de bank (Van Lanschot) op haar cliënt onder deze omstandigheden naar haar aard onoverdraagbaar aan een niet-bank (Promontoria) is. Primair geldt volgens Immobile dat na overdracht middels cessie op de niet-bank geen zorgplicht rust. Subsidiair bepleit Immobile dat de schuldenaar mogelijk jegens de niet-bank (als nieuwe schuldeiser) een beroep kan doen op de zorgplicht als verweermiddel ex art. 6:145 BW. Dit wordt volgens Immobile niet anders indien de cliënt de kredietovereenkomst al dan niet volledig is nagekomen en/of de bank de bankrelatie heeft opgezegd. Het enige verschil is dat de invulling en uitoefening van de zorgplicht van kleur verschiet in het geval de bankrelatie wordt opgezegd. Er breekt dan een fase aan waarin de gelden worden opgeëist, geïnd en mogelijk een executietraject wordt ingezet. De zorgplicht blijft in deze fase volgens Immobile echter tevens van belang. Volgens Immobile geldt als uitgangspunt dat na overdracht middels cessie de overdragende bank de contractspartij blijft en dat zij aansprakelijk is en blijft jegens de cliënt als contractspartij voor de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de kredietrelatie, ook al besteedt zij een onderdeel daarvan uit aan een derde (niet-bank). Als de cliënt als gevolg van de overdracht in een slechtere positie is komen te verkeren, kan de cliënt volgens Immobile jegens de overdragende bank betogen dat (i) de overdracht door middel van cessie niet aan haar kan worden tegengeworpen op grond van art. 6:248 lid 2 BW, (ii) de bank gehouden is om haar (contractuele) zorgplicht jegens haar na te komen en (iii) de overdragende bank toerekenbaar is tekortgeschoten ex art. 6:74 BW in haar contractuele verplichtingen jegens haar, waaronder de zorgplicht.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7804ab1e4a64d7f9f38f80d057556a51ae16f3817245e112f2750776df2d2f91. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7804ab1e4a64d7f9f38f80d057556a51ae16f3817245e112f2750776df2d2f91, en de alinea staat in dat document op bytes 79043 tot 81505.