Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 april 2020
Onder 3.29 Parket bij de Hoge Raad 9 april 2020
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 april 2020, ECLI:NL:PHR:2020:358.
DNB belicht in haar schriftelijke opmerkingen met name dat een bevestigend antwoord op de eerste prejudiciële vraag verstrekkende gevolgen zal hebben voor het Nederlandse financiële stelsel en met name de bancaire sector. Daarnaast bepleit DNB dat de overdracht van bancaire vorderingen aan een niet-bank in juridisch opzicht niet resulteert in een verslechtering van de positie van de debiteur en zeker niet in een verslechtering die noopt tot het oordeel dat dergelijke vorderingen naar hun aard onoverdraagbaar zijn. De eerste (en, voor zover verwijzend naar de eerste vraag, ook de derde) prejudiciële vraag dient volgens DNB dan ook ontkennend te worden beantwoord. Voor de overdraagbaarheidsvraag doet niet ter zake of de kredietovereenkomst volledig is nagekomen en evenmin of de bank de kredietrelatie heeft opgezegd. Een andere benadering zou volgens DNB tot onaanvaardbare rechtsonzekerheid leiden en ook juridisch dogmatisch gezien niet voor de hand liggen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7804ab1e4a64d7f9f38f80d057556a51ae16f3817245e112f2750776df2d2f91. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7804ab1e4a64d7f9f38f80d057556a51ae16f3817245e112f2750776df2d2f91, en de alinea staat in dat document op bytes 86759 tot 87794.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7804ab1e4a64d7f9f38f80d057556a51ae16f3817245e112f2750776df2d2f91 | shasum -a 256