Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 april 2020
Onder 4.11 Parket bij de Hoge Raad 9 april 2020
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 april 2020, ECLI:NL:PHR:2020:358.
In de eerste benadering is van een persoonlijke, naar haar aard onoverdraagbare, vordering sprake wanneer de te verrichten prestatie (in overwegende mate) verband houdt met de persoonlijke eigenschappen van de schuldeiser zodat overdracht van de vordering tot een inhoudelijke wijziging van de uit de rechtsverhouding voortvloeiende prestatie leidt. In dit verband wordt wel gezegd dat doordat de (zwaarte van de) prestatie van de schuldenaar wijzigt, de inhoud van de vordering door de cessie verandert. Ook wordt wel betoogd dat een vordering naar haar aard niet vatbaar is voor overdracht, indien de wijziging van de persoon van de schuldeiser een wijziging van de inhoud van de verbintenis met zich meebrengt. Gelet op deze wijziging van inhoud die bij overdracht zou plaatsvinden, is de vordering (hoogst)persoonlijk en naar haar aard niet vatbaar voor overdracht. Of een vordering naar haar aard onoverdraagbaar is, zou, zo wordt in dit kader gesteld, naar objectieve criteria kunnen worden bepaald; een vordering is naar haar aard onoverdraagbaar, wanneer zij door overdracht een andere inhoud zou verkrijgen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7804ab1e4a64d7f9f38f80d057556a51ae16f3817245e112f2750776df2d2f91. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7804ab1e4a64d7f9f38f80d057556a51ae16f3817245e112f2750776df2d2f91, en de alinea staat in dat document op bytes 101574 tot 102966.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7804ab1e4a64d7f9f38f80d057556a51ae16f3817245e112f2750776df2d2f91 | shasum -a 256