Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 april 2020
Onder 4.14 Parket bij de Hoge Raad 9 april 2020
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 april 2020, ECLI:NL:PHR:2020:358.
Zo voeren Reehuis en Heisterkamp aan dat bij ‘gewone’ vorderingen zoals een vordering tot terugbetaling van geleend geld, de aard van de vordering zich doorgaans niet tegen overdracht zal verzetten. Reden hiervoor is dat een verandering van schuldeiser geen invloed heeft op de inhoud van de vordering. Een vordering tot betaling van € 10.000 blijft ook na overdracht een vordering tot betaling van € 10.000. Voor de schuldenaar is in beginsel slechts van belang dat hij weet aan wie hij bevrijdend kan betalen. Desondanks kan volgens Reehuis en Heisterkamp in uitzonderingsgevallen ook bij een geldlening de bijzondere aard van de kredietverhouding in het concrete geval meebrengen dat de vordering naar haar aard niet overdraagbaar is, in welk verband zij wijzen op het (hierna (randnummers 4.27 e.v.) te bespreken) arrest Staat/Appels .
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7804ab1e4a64d7f9f38f80d057556a51ae16f3817245e112f2750776df2d2f91. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7804ab1e4a64d7f9f38f80d057556a51ae16f3817245e112f2750776df2d2f91, en de alinea staat in dat document op bytes 104327 tot 105286.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7804ab1e4a64d7f9f38f80d057556a51ae16f3817245e112f2750776df2d2f91 | shasum -a 256