Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 april 2020

Onder 4.39 Parket bij de Hoge Raad 9 april 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 april 2020, ECLI:NL:PHR:2020:358.

In een geval als het onderhavige is geen sprake van dergelijke (ingrijpende) bevoegdheden van de bank. Het betreft een ‘gewone’ kredietverlening waarbij de bank geen bijzondere (ingrijpende) bevoegdheden geniet die niet door een niet-bank zouden kunnen worden uitgevoerd. Ook de aard van het krediet is niet vergelijkbaar met het publiekrechtelijke (steun)krediet waarvan in Staat/Appels sprake was. Er is immers sprake van (gewone) kredietverlening en niet van een vorm van overheidssteun om de werkgelegenheid te behouden (en daarmee dus ook niet van een crediteur die zich mede laat leiden door zorg voor de werkgelegenheid). Een zodanige parallel met Staat/Appels dat op grond daarvan ook in het onderhavige geval sprake is van een naar zijn aard niet overdraagbaar krediet, kan naar mijn opvatting dan ook niet getrokken worden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7804ab1e4a64d7f9f38f80d057556a51ae16f3817245e112f2750776df2d2f91. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7804ab1e4a64d7f9f38f80d057556a51ae16f3817245e112f2750776df2d2f91, en de alinea staat in dat document op bytes 130106 tot 131027.