Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 april 2020
Onder 4.47 Parket bij de Hoge Raad 9 april 2020
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 april 2020, ECLI:NL:PHR:2020:358.
Niet alleen art. 3:83 BW gaat uit van de overdraagbaarheid van vorderingen. Ook uit andere wettelijke bepalingen (of regelingen) kan worden afgeleid dat de overdraagbaarheid van (krediet)vorderingen als uitgangspunt geldt en dat dit niet anders is indien een (krediet)vordering wordt overgedragen door een bank aan een niet-bank. Ik belicht achtereenvolgens (bepalingen uit) het vermogensrecht, het financieel toezichtrecht en Uniewetgeving.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7804ab1e4a64d7f9f38f80d057556a51ae16f3817245e112f2750776df2d2f91. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7804ab1e4a64d7f9f38f80d057556a51ae16f3817245e112f2750776df2d2f91, en de alinea staat in dat document op bytes 138922 tot 139376.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7804ab1e4a64d7f9f38f80d057556a51ae16f3817245e112f2750776df2d2f91 | shasum -a 256