Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 april 2020
Onder 4.87 Parket bij de Hoge Raad 9 april 2020
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 april 2020, ECLI:NL:PHR:2020:358.
In haar vonnis van 29 mei 2019 oordeelde de rechtbank in de onderhavige zaak dat voor de vraag naar de overdraagbaarheid van een kredietvordering van een bank op een niet-bank van belang is welk verschil er is tussen banken en niet-banken. In rov. 4.24. wordt in dat verband gewezen op het gedragstoezicht zoals uitgevoerd door de AFM op grond van art. 1:25 Wft en zoals uitgewerkt in Deel 4 van de Wft. Met name wordt gewezen op de in dit kader geregelde bankierseed (art. 4:15a Wft), klachtenbehandeling en geschilbeslechting (art. 4:17 Wft) en informatieverstrekking (art. 4:19 e.v. Wft) en op de algemene zorgplicht jegens consumenten (art. 4:24a Wft). Ik licht deze gedragsregels – die niet alleen gelden voor banken (zoals is uiteengezet in het voorgaande randnummer), maar ook voor financiëledienstverleners die niet ook als bank kwalificeren (waaronder dus entiteiten die aanbieden dan wel bemiddelen zoals Promontoria en Link) – kort toe.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7804ab1e4a64d7f9f38f80d057556a51ae16f3817245e112f2750776df2d2f91. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7804ab1e4a64d7f9f38f80d057556a51ae16f3817245e112f2750776df2d2f91, en de alinea staat in dat document op bytes 184451 tot 185416.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7804ab1e4a64d7f9f38f80d057556a51ae16f3817245e112f2750776df2d2f91 | shasum -a 256