Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 april 2020
Onder 4.99 Parket bij de Hoge Raad 9 april 2020
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 april 2020, ECLI:NL:PHR:2020:358.
4.138 Ondanks het uitgangspunt dat aan deze bepaling ten grondslag ligt, te weten dat de rechtspositie van de schuldenaar als gevolg van de overgang in beginsel ongewijzigd blijft, kan de overgang van de vordering er onder omstandigheden wel degelijk toe leiden dat de rechtspositie van de schuldenaar in verschillende opzichten door de overgang van de vordering verandert. In de eerste plaats kan zijn feitelijke positie veranderen, doordat hij tegenover een andere schuldeiser komt te staan, die bijvoorbeeld geneigd is sneller op betaling aan te dringen. Daarnaast kan de schuldenaar te maken krijgen met een schuldeiser die minder soepel is bij het verlenen van uitstel van betaling of bij het door de vingers zien van (geringe) tekortkomingen. Ook kan de plaats van betaling wijzigen of kan de vordering op een andere manier worden geïnd dan voorheen het geval was (er kan bijvoorbeeld sprake zijn van hardere incassopraktijken en hogere incassokosten). Tegen dergelijke feitelijke veranderingen in de positie van de schuldenaar die zich voordoen als de overnemer bepaalde coulance niet toont, biedt art. 6:145 BW geen verweer (tenzij in de oorspronkelijke rechtsverhouding het recht op coulance is ontstaan).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7804ab1e4a64d7f9f38f80d057556a51ae16f3817245e112f2750776df2d2f91. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7804ab1e4a64d7f9f38f80d057556a51ae16f3817245e112f2750776df2d2f91, en de alinea staat in dat document op bytes 246722 tot 248369.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7804ab1e4a64d7f9f38f80d057556a51ae16f3817245e112f2750776df2d2f91 | shasum -a 256