Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 april 2020

Onder 4.99 Parket bij de Hoge Raad 9 april 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 april 2020, ECLI:NL:PHR:2020:358.

4.140 Zo bepleit Biemans, dat het gelet op art. 6:145 BW voor de hand ligt dat een incassobureau dat een kredietvordering gecedeerd heeft gekregen aan dezelfde (bijzondere) zorgplicht jegens een consument is onderworpen als de bank bij de inning van de kredietvordering. Die uitkomst geldt volgens hem ongeacht of het incassobureau mogelijk uit hoofde van financiële wetgeving als financiële instelling onder toezicht staat en uit dien hoofde een eigen (bijzondere) zorgplicht heeft jegens de kredietnemer. Schending van de zorgplicht van de bank kan volgens Biemans dus door de schuldenaar als verweermiddel worden ingeroepen jegens de niet-bank die de vordering heeft verkregen. Is in deze visie de zorgplicht dan niet met de vordering mee overgegaan?

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7804ab1e4a64d7f9f38f80d057556a51ae16f3817245e112f2750776df2d2f91. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7804ab1e4a64d7f9f38f80d057556a51ae16f3817245e112f2750776df2d2f91, en de alinea staat in dat document op bytes 248951 tot 249783.