Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 april 2020

Onder 4.99 Parket bij de Hoge Raad 9 april 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 april 2020, ECLI:NL:PHR:2020:358.

4.160 Niet ondenkbaar is dat op de overdragende bank de (zorg)verplichting rust ervoor te zorgen dat haar cliënt bij de niet-bank die de vordering verkrijgt in goede handen terechtkomt. Wat deze verplichting precies zou meebrengen, is uiteraard afhankelijk van de omstandigheden van het geval, maar er valt wat mij betreft wel iets over te zeggen. Hoe dan ook mogen er voor de overdragende bank geen kenbare en concrete aanwijzingen zijn dat de belangen van de cliënt bij de verkrijger niet in goede handen zouden zijn, maar ik zou menen dat de zorg verder strekt. Denkbaar is dat de overdragende bank onderzoek dient te verrichten naar de niet-bank en moet waarborgen dat deze niet-bank het beheer van de overgedragen vorderingen op een deugdelijke manier zal uitvoeren (bijvoorbeeld door een bepaling daaromtrent op te nemen in de cessieakte).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7804ab1e4a64d7f9f38f80d057556a51ae16f3817245e112f2750776df2d2f91. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7804ab1e4a64d7f9f38f80d057556a51ae16f3817245e112f2750776df2d2f91, en de alinea staat in dat document op bytes 268963 tot 269823.