Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 april 2020

Onder 3.7 Parket bij de Hoge Raad 9 april 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 april 2020, ECLI:NL:PHR:2020:359.

In haar tussenvonnis van 29 mei 2019 heeft de rechtbank de aanleiding voor het onderhavige geschil geschetst, te weten dat Promontoria op 30 september 2015 de zakelijke vastgoedleningen, die waren ondergebracht bij de Afdeling Bijzonder Beheer Vastgoed van de divisie Corporate Banking bij Van Lanschot, door middel van een activa-passiva transactie heeft overgenomen van Van Lanschot. Promontoria stelt dat hierbij sprake is geweest van contractsoverneming , waarvoor de cliënten van Van Lanschot bij voorbaat toestemming hebben gegeven op grond van het bepaalde in artikel 36 van de ABV. De cliënten betwisten dat. Promontoria stelt daarnaast dat indien geen sprake zou zijn van contractsoverneming de vorderingen op in de overeenkomst tussen Van Lanschot en Promontoria genoemde cliënten aan haar zijn gecedeerd . Ook die cessie wordt door de cliënten betwist.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4486d77fabdffcdd6959f743b2d68db05b7cc84dc1625d09be6e09a53a957dad. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4486d77fabdffcdd6959f743b2d68db05b7cc84dc1625d09be6e09a53a957dad, en de alinea staat in dat document op bytes 37634 tot 38647.