Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 april 2020

Onder 4.56 Parket bij de Hoge Raad 9 april 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 april 2020, ECLI:NL:PHR:2020:359.

Uit deze bepaling kan worden afgeleid dat de omstandigheid dat de positie van de schuldenaar verandert wanneer een vordering wordt overgedragen, op zichzelf niet aan overdracht in de weg staat. Wel wordt (kennelijk) gestreefd naar zo min mogelijk wijzigingen in de rechtspositie van de schuldenaar na overgang van de vordering. Art. 6:145 BW komt in onderdeel C. van deel 4 van deze conclusie (waarin niet alleen de (inhoud en reikwijdte van de) privaatrechtelijke (bijzondere) zorgplicht(en) wordt besproken, maar ook de wijze waarop deze na overdracht op een niet-bank zou(den) kunnen komen te rusten) nog nader aan de orde.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4486d77fabdffcdd6959f743b2d68db05b7cc84dc1625d09be6e09a53a957dad. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4486d77fabdffcdd6959f743b2d68db05b7cc84dc1625d09be6e09a53a957dad, en de alinea staat in dat document op bytes 136473 tot 137113.