Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 april 2020

Onder 1.4 Parket bij de Hoge Raad 9 april 2020

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 april 2020, ECLI:NL:PHR:2020:359.

In de onderhavige zaak is de rechtbank in haar tussenvonnis van 29 mei 2019 tot het oordeel gekomen dat de vraag of tussen Van Lanschot en Promontoria contractsoverneming heeft plaatsgevonden, zal afhangen van de vraag of het beroep van Alegre c.s. op dwaling slaagt (rov. 4.20.). De rechtbank acht het nuttig voor het geval het beroep op dwaling slaagt en dus geen contractsoverneming heeft plaatsgevonden, te bespreken of het beroep van Promontoria op cessie slaagt (rov. 4.21.). In dat kader is de rechtbank toegekomen aan de vraag of de aard van het vorderingsrecht van de bank zich verzet tegen overdracht aan een niet-bank. De rechtbank acht het belangrijk het oordeel van Uw Raad over deze rechtsvraag te vernemen en heeft daarom in haar tussenvonnis van 4 september 2019 op de voet van art. 392 Rv de volgende prejudiciële vragen ter beantwoording aan Uw Raad voorgelegd:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4486d77fabdffcdd6959f743b2d68db05b7cc84dc1625d09be6e09a53a957dad. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4486d77fabdffcdd6959f743b2d68db05b7cc84dc1625d09be6e09a53a957dad, en de alinea staat in dat document op bytes 9551 tot 10508.