Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 april 2020
Onder 4.67 Parket bij de Hoge Raad 9 april 2020
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 april 2020, ECLI:NL:PHR:2020:359.
Zowel DNB als de NVB hebben in hun schriftelijke opmerkingen uiteengezet wat de economische gevolgen zullen zijn als in deze procedure wordt geoordeeld dat de aard van het vorderingsrecht van een bank op een cliënt meebrengt dat dit recht onoverdraagbaar is in de zin van art. 3:83 lid 1 BW indien wordt beoogd de vordering over te dragen aan een niet-bank (de eerste prejudiciële vraag). Ik vat hun betoog op dit punt kort samen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4486d77fabdffcdd6959f743b2d68db05b7cc84dc1625d09be6e09a53a957dad. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4486d77fabdffcdd6959f743b2d68db05b7cc84dc1625d09be6e09a53a957dad, en de alinea staat in dat document op bytes 146702 tot 147211.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4486d77fabdffcdd6959f743b2d68db05b7cc84dc1625d09be6e09a53a957dad | shasum -a 256