Citaat | Parket bij de Hoge Raad 9 april 2020
Onder 4.99 Parket bij de Hoge Raad 9 april 2020
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 9 april 2020, ECLI:NL:PHR:2020:359.
4.130 De schuldenaar kan een beroep doen op contractuele bedingen die de inhoud van de vordering betreffen. De vraag welke bedingen deel uitmaken van de inhoud van het vorderingsrecht, moet door middel van uitleg van de aan de vordering ten grondslag liggende rechtsverhouding worden beantwoord. Wibier stelt bijvoorbeeld dat bedingen inzake arbitrage, bindend advies en rechtskeuze evenals bewijsafspraken vermoedelijk tot de inhoud van de vordering moeten worden gerekend. Rongen noemt als bevoegdheden die tot de inhoud van de vordering behoren de bevoegdheid om de vordering te innen of om de vordering op te eisen indien een tijdsbepaling is verstreken of een opschortende voorwaarde in vervulling is gegaan. Hetzelfde geldt volgens hem voor andere bedingen die van meet af aan de inhoud van de vordering bepalen, zoals een verrekeningsverbod of een verbod tot vervroegde aflossing. ,
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4486d77fabdffcdd6959f743b2d68db05b7cc84dc1625d09be6e09a53a957dad. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4486d77fabdffcdd6959f743b2d68db05b7cc84dc1625d09be6e09a53a957dad, en de alinea staat in dat document op bytes 222245 tot 223466.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4486d77fabdffcdd6959f743b2d68db05b7cc84dc1625d09be6e09a53a957dad | shasum -a 256